N(euro)otje is er flauw van

Een paar maanden geleden hoorden we over BPA in blikken. Dit is een ongezond goedje wat in plastic kan zitten en ook aan de binnenkant van blikken. De BPA kan hierdoor in ons voedsel terechtkomen en is, helaas, schadelijk voor de gezondheid. Oké,  weer wat om op te letten dus, dacht ik nog.

Maar de afgelopen tijd, en helemaal deze week, regent het berichten over gevaarlijke voedingsmiddelen (sommige vleeswaren zouden kankerverwekkend zijn wat me niet verbaast omdat in veel vleeswaren smaakversterkers worden gebruikt die op zichzelf al kankerverwekkend zijn),  en gevaarlijke verpakkingen (sommige gerecycelde kartonnen voedselverpakkingen bevatten gevaarlijke minerale-olierestanten afkomstig uit de oude drukinkten. Deze stoffen worden ervan verdacht kankerverwekkend te zijn en zouden overdraagbaar zijn op het voedsel. Dit was voor mij iets waar ik zelf nooit aan gedacht zou hebben…).

Van de gevaren van weekmakers waren we inmiddels al op de hoogte maar er komt nu zo ongeveer per week weer iets bij. Uiteindelijk komt het erop neer dat het vrijwel onmogelijk is geworden om te eten zonder het gevaar te lopen iets binnen te krijgen wat ronduit gevaarlijk is. We worden dagelijks aangevallen door gifstoffen en we kunnen ze nooit 100 procent vermijden. Ergens wist ik dat natuurlijk wel maar deze week werd ik erg met de neus op de feiten gedrukt.

En daar werd ik even flauw van…

N(euro)otje leest “De supermarktleugen”

20150531_151253Gisteren las ik het boek “De supermarktleugen”  uit. Ik dacht niet veel nieuws te lezen maar heb me daar toch wel in vergist. Ik had bijvoorbeeld geen idee dat er bij het bakken van brood volgens de Europese richtlijnen wel 200 additieven gebruikt mogen worden. De meest voorkomende worden op een rijtje gezet in het boek en als je dan in het boekje “Wat zit er in uw eten”  nakijkt waar die nummers voor staan, is het toch wel schrikken.

Zo at ik de laatste tijd toch al bijna geen brood meer, omdat ik altijd zo’n last van mijn darmen krijg na het eten ervan. En nee, ik heb geen glutenallergie. Als ik zelf brood bak is er niks aan de hand…Dus toch maar weer meer gaan doen… En het brood dat we kopen komt notabene bij een echte bakker vandaan. Maar ja, die zal ook niet meer zelf meel, water , zout en gist mengen. Ik ben bang dat ook hij de kant en klare fabrieksbroodmixen gebruikt. En daar zit dus heel veel rommel in.

Veel van de E-nummers die in het brood gebruikt worden zijn ronduit gevaarlijk. Andere zijn twijfelgevallen omdat er nog niet genoeg bewijslast is in hun nadeel. Een paar toevoegingen zijn onschuldig. Veel van de gevaarlijke toevoegingen veroorzaken darmproblemen, van één is bekend dat het ronduit kankerverwekkend is en bij een ander wordt vermeld dat er nierstenen door kunnen ontstaan. Nou had ik onlangs zo’n ding en daar kwam ik achter doordat ik ‘m kwijtraakte…. Geen pretje, hoef ik niet nog eens mee te maken….

Maar ook als er geen heel gevaarlijke dingen in het voedsel gestopt worden, worden we over het algemeen gewoon in de maling genomen. Zalm die geen zalm is, vruchtenyoghurt met minder dan een half procent fruit (de rest bestaat uit chemische smaakstoffen die de aanwezigheid van fruit suggereren), gerommel met vlees om het rood te laten lijken terwijl het dat helemaal niet is, of de waarschijnlijk wel bekende toevoeging van water aan vlees. Maar voor dat water betaal je wel de prijs van vlees… Overigens hoeft de toevoeging van water pas vermeld te worden op de verpakking wanneer het meer dan 5 procent is…

Tijdens het lezen ergerde ik me soms wel aan de vele grammaticale fouten. Echt jammer… Maar ondanks dat komt de boodschap wel over. Dus toch een aanrader.

 

 

 

 

 

 

N(euro)otje verbaast zich. Over ondervoeding. In Nederland….

Als je een artikel begint te lezen over ondervoede kinderen, denk je al gauw dat het zich afspeelt in Afrika. Maar dit artikel ging over ondervoede kinderen in Nederland.

Die kinderen raken ondervoed, niet omdat hun ouders ongezond eten voorschotelen maar juist omdat de ouders doorslaan in het meedoen met gezondheidsrages.  Kinderen in de groei kunnen niet leven op een minimaal dieet waarbij steeds meer voedingsmiddelen geschrapt worden omdat die niet meer gezond zouden zijn.

Zonder een oordeel te willen vellen over keuzes die ouders maken, maar ik geloof inderdaad dat de gulden middenweg moeilijk te vinden is tegenwoordig. Er wordt steeds meer aandacht besteed aan de bestrijding van overgewicht en door alle reclame voor light en gezonde producten, zullen veel mensen door de bomen het bos niet meer zien. Met de beste bedoelingen gaan ze over tot wat door de experts van vandaag betiteld wordt als ‘gezond’ om er dan achter te komen dat hun kinderen niet meer mee kunnen komen op school omdat ze er eenvoudig geen energie voor hebben en dat hun tienerdochters stoppen met menstrueren omdat alles van slag is.

Wij zijn groot voorstanders van gewoon. Hoewel ik zelf al meer dan dertig jaar uit overtuiging geen vlees eet, wel vis, vind ik dat alles met mate eten beter is dan iets totaal schrappen, tenzij er een dwingende medische reden voor is natuurlijk.

Zo las ik al een hele tijd geleden iets wat ik al jaren verwachtte te zullen lezen, namelijk dat vet niet alleen niet ongezond is, maar zelfs noodzakelijk. Vet mag weer. Hoera! En dan is het natuurlijk niet de bedoeling om jus te gaan drinken in plaats van ranja, maar vet is nodig om bepaalde vitaminen uit het voedsel te kunnen opnemen. Geen vet, gaan die vitamines verloren. Dus je stukje vlees bakken in een stukje roomboter of boter op brood smeren is helemaal niet slecht. Het is zelfs nodig. Al dat vetvrije bakken in teflonpannen is helemaal niet zo noodzakelijk als de pannenfabrikanten ons willen doen geloven. (Bovendien is die teflon op zich een gif van het soort dat je niet in huis zou willen hebben, laat staan je voedsel ermee in contact zou willen laten komen, maar dat is een ander verhaal…).

Overigens stond in een ander artikeltje op dezelfde krantenpagina te lezen dat het goed is om kinderen vanaf vier maanden in kleine hoeveelheden te laten wennen aan allerlei soorten fruit en groenten en daarna ook aan producten zoals ei, vis en pinda. Waarom? Het is een nieuwe voedselrichtlijn voor het voorkomen van voedselallergieën bij jonge kinderen. Vroeger was men ervan overtuigd dat men voedselallergieën kon voorkomen door later te beginnen met dergelijke bijvoeding. Nu blijkt het tegendeel weer waar te zijn.

Ik denk dat als iedereen gewoon zijn eigen gezonde verstand gebruikt in plaats van klakkeloos elke nieuwe voedselhype of -voedselrichtlijn te volgen, er heel wat ellende kan worden voorkomen. In een land als India waar heel veel mensen nog eten zoals hun verre voorouders ook aten en waar men nog weinig voorbewerkt, geraffineerd en met smaakversterkers volgepropt voedsel eet, komen ziektes die hier aan de orde van de dag zijn, nauwelijks voor. Maar ook daar rukt de ‘vooruitgang’ op en het is een kwestie van tijd voordat ook zij met de consequenties van het moderne voedsel te maken zullen krijgen.

Nogmaals, ik vel geen oordeel want dan mag ik eerst bij mezelf beginnen, met mijn keuze om geen vlees te eten maar verder eten we hier alles. Met mate. De beste richtlijn die er is naar mijn mening. En als je al overgevoelig bent voor een bepaald soort voedsel is dat heel vervelend. In sommige gevallen kan het zelfs gevaarlijk zijn. Daar gaat dit stukje ook niet over. Dit gaat over keuzes die men maakt omdat mensen die het zeggen te weten, bepaalde voedselproducten ineens tot ongezond bestempelen en andere tot ‘superfood’ verheffen. (Dat zijn dan meestal zaden die uit een ver land komen en heel duur zijn.)

Wat mij eigenlijk verbaast, is dat zoveel mensen anderen toestaan voor hen te denken. Dat moeten we gewoon zelf blijven doen. Dat is naar mijn bescheiden mening namelijk veel gezonder.

 

N(euro)otje prakt niet. En jij?

Als kind groeide ik ermee op: het tot puree prakken van alle groenten op mijn bord. Vlees in flintertjes erdoor, schep jus eroverheen en lepelen maar. Iedereen prakte.  Mijn ouders, opa’s, oma’s, neefjes, nichtjes en de hele verdere gemeenschap prakten er lustig op los. Toen mijn eigen kinderen hun eerste tandjes en kiesjes gingen gebruiken voor het eigentandig vermalen van hun groentenhapjes wilde ik ze na de staafmixerperiode nog wel eens tegemoetkomen door het prakje op hun bordje alvast voor te prakken. Gewoon met de vork alles zo fijn prakken dat het geheel volslagen onherkenbaar was. Toen ze ook hele zinnen begonnen te kletsen was de standaard vraag aan tafel: “Wat is dat?”, en het standaard antwoord luidde immer: “Lekker”. Alles heette ‘lekker’ in die tijd; ze hadden geen besef van het enorme assortiment verschillende groenten dat er bij ze naar binnen geschoven werd. Heen en weer wiebelend in het boodschappenkarretje van de supermarkt wisten ze nog steeds niet het verschil tussen een wortel en een spruitje. Want die zagen ze nooit in hun geheel op het bord. Ze zagen alleen maar prakjes.

Ik zelf ben ooit vrij spontaan gestopt met het prakken, zo’n beetje vanaf het moment dat ik ontdekte dat mensen uit andere culturen hun eten konden opeten zonder het tot een wanstaltige brij te prakken, waarbij sommigen het nog verder verpesten met die eeuwige koude appelmoes uit een potje waardoor je niet eens meer van een warme maaltijd kan spreken.  Je zou voor de lol eens moeten proberen om zo’n appelmoesprak met chinese eetstokjes te eten. Succes!

En wees nou eens eerlijk. Stel, je zit in een Chinees restaurant. Je loempia is gevuld met hele taugeetjes en hapklare stukken vlees. Ga je die zitten prakken? Lekker door de foe yong hai of de nasi? En de roti bij je Surinaamse vrienden? Dat eten lijkt zich helemaal niet te lenen voor prakpraktijken en ik geloof ook niet dat iemand dat doet.

Het prakken werd voor mij een onderwerp waarvan ik alles wilde weten. Waarom groeide ik in het Nederland van de jaren ’60, ’70 op met prakken en mijn Surinaamse en Turkse evenknietjes niet?  En zou het één beter zijn dan het ander?

Een zoektocht door de tafeletiquette wees uit dat prakken in een restaurant in ieder geval van zeer slechte manieren getuigt en een belediging is voor de kok. En als je er goed over nadenkt is het misschien inderdaad wel een teken van grote respectloosheid om voedsel waar iemand op heeft staan zwoegen om het zo keurig op tafel te krijgen, tot een soort behangersplaksel te prakken. En wanneer ik geen bezwaar heb tegen geprakt voedsel, doe ik dat wel alvast van tevoren. Dan heet het stamppot. Heel toepasselijk en algemeen aanvaard. Zelfs door professionele koks en mensen uit andere culturen. Een goede stamppot op zijn tijd kunnen zij ook wel hachelen. Maar ik weet wel dat onze Hindoestaanse vrienden met grote ogen toekeken als wij prakten. Dat hadden ze thuis nog nooit gezien.  

Als je op zoek gaat naar de voors en tegens van prakken kom je ook uit bij het kauwen. Veel en goed kauwen is gezonder dan je eten zo naar binnen te schuiven. Van hele brokken zo doorslikken word je zelfs dikker. Want je darmen kunnen die brokken niet goed verwerken. Het moet fijngemalen zijn. Zo kunnen alle goede stoffen eruit gehaald worden en gebruikt worden waar ze nodig zijn. Overigens wordt prakken precies dezelfde voordelen toegedicht…. Zo beschouwd is het prakken misschien wel de vervanging van kauwen. Geen tijd om elke hap honderd keer van links naar rechts te speekselen maar toch de voordelen willen hebben van een optimale verbranding? Prakken is dan het devies! Het is gewoon tijdbesparend. En Nederlanders willen graag tijd besparen. En toch gezond blijven. Dus prakken in plaats van kauwen. Hetzelfde effect maar in minder tijd. Of niet? Ik ben in elk geval niet goed bezig; ik prak niet maar ik kauw ook niet honderd keer per hap…

Bij mijn laatste overpeinzing over dit onderwerp bleef ik hangen bij de term “maaltijd”. Tijd om te malen? En dan malen in de zin dat je gebit, echt of vals, het werk doet? En dat je daar even de tijd voor neemt? Dan zouden we eigenlijk een “maaltijd” en een “praktijd” moeten hebben. Of, om het verschil wat duidelijker te maken, een “kauwtijd” en een “praktijd”. Om de etende mens in twee categorieën te kunnen verdelen: de prakkers en de kauwers. Het is allebei goed, het is cultuurgebonden en onderhevig aan leeftijd, persoonlijke voorkeuren en tijd.

Ik vind het een mooie: ik heb besloten ex-prakker te blijven en meer te gaan kauwen en ga daarom de maaltijd vanaf heden “kauwtijd” noemen. Net iets duidelijker, lijkt me zo. En als ik maar oud genoeg mag worden, ga ik vanzelf weer over op geprakt eten, al dan niet geprakt door mezelf. Zodat het begin en het einde dus gelijk zijn en men in het midden zelf bepaalt wat hij prettig vindt. Als je het prakken maar buiten het restaurant houdt. Want dat kan dus echt niet.

 

N(euro)otjes Vrekkentips tegen voedselverspilling

Nederlandse consumenten gooien per jaar gemiddeld 50 kilo voedsel per persoon weg. In geld omgezet is dat zo’n 2,5 miljard euro. Het meeste voedsel is nog goed te eten en bestaat uit nog ongebruikt voedsel dat bijvoorbeeld over de datum is en kliekjes.

Er is een nieuwe campagne gestart om ons bewust te maken van deze verspilling (kijk maar eens hier op kliekipedia). Want het is zonde. Zonde van het voedsel zelf, zonde van alle energie die het gekost heeft om het te zaaien, te oogsten, te verwerken, te transporteren. En er zijn zoveel mensen in de wereld die het zo goed zouden kunnen gebruiken.

Daarom hier een paar Vrekkentips om voedselverspilling te voorkomen. Voel je vrij om ze aan te vullen!

  • Stel een weekmenu op.
  • Doe dit aan de hand van de producten die in het seizoen zijn en let op de aanbiedingen.
  • Hou je aan je lijstje.
  • Plan elke week een kliekjesdag in.
  • Of maak kleine restjes op bij de lunch de volgende dag.
  • Voor de koelkastbezitters: let op hoe je je voedsel daarin opslaat.  Bederfelijke waar onderin, potjes en flesjes bovenin. Wij gebruiken al een tijd geen koelkast meer maar bewaren alles in een koude inloopkast. We letten op wat we kopen en wat het meest bederfelijk is gaat het eerst op.
  • Verzin nieuwe, of hergebruik oude manieren, om producten die je normaal weggooit toch te gebruiken. Oud brood kun je drogen en vermalen tot paneermeel. Of je maakt er wentelteefjes van.
  • Met vlees en vis moet je natuurlijk wat voorzichtig zijn maar voor de rest geldt: kijk, ruik en proef en je zult erachter komen dat niet alles wat de uiterste verkoopdatum is gepasseerd, niet meer eetbaar is. Leer weer te vertrouwen op je zintuigen in plaats van klakkeloos de stempeltjes op de verpakkingen te bekijken.
  • En indien mogelijk: neem een paar kippen. Eén kip werkt zo’n 50 kilo keukenafval per jaar weg. Hè, laat dat nou net zijn wat we gemiddeld per persoon per jaar aan de vuilophaaldienst meegeven…..

 

 

N(euro)otjes voorraad(tik)

En natuurlijk heb ik de voorraadkast weer grondig geïnspecteerd.  Met de winter in het vooruitzicht en daarmee kans om ingesneeuwd  en geheel van de beschaving afgesneden te raken,  moet een weldenkende zelfvoorziener-in-spe natuurlijk op van alles voorbereid zijn… 🙂

Met genoeg pasta’s, bijbehorende pakjes gezeefde tomaten en blikken groenten kom je een heel eind en kun je het wel een week of wat uithouden… Waar die voorraad tik vandaan komt? Het schijnt sowieso iets genetisch te zijn want Vaders vindt het ook geweldig hoewel hij in de supermarkt over het algemeen teruggefloten wordt door Moeders die het voldoende vindt om een brood en twee blikken bruine bonen op voorraad te hebben… Ervaringsdeskundige ben ik ook niet bepaald. Geboren in 1966 heb ik geen ervaringen met echt straffe winters, ik ben ruim van na de oorlog, en heb mijn hele leven in het niet bepaald door honger gekwelde Nederland gewoond…

En toch ben ik graag voorbereid. Ooit leverde die voorraad wel voordeel op. Toen Man in de WW zat en we beiden geen werk konden vinden hebben we eerst de voorraadkast helemaal leeg gegeten aleer we ons echt heel grote zorgen gingen maken over het voeden van het gezin. En het is altijd handig om niet verplicht te zijn naar de winkel te hollen voor het een of ander. Als je ziek bent, ineens een onverwachte hoop bezoek krijgt of ja, daar is -ie dan toch…., met slecht weer te maken krijgt…, is het fijn om te kunnen zeggen dat er genoeg uit de basisvoorraad gemaakt kan worden.

Dusssss……., ik heb de kast weer geïnspecteerd en ben tevreden over de inhoud. Voor vannacht staat de eerste nachtvorst op de kaarten voor het stukje Nederland waar wij wonen. Onder het motto ‘beter mee verlegen dan om verlegen’ koop ik straks toch nog wel een kilootje zilvervliesrijst…

En dat neergeschreven hebbende… besef ik ineens dat die kreet wel heel vaak voorbijkwam in mijn familie.  Dus het mysterie van de oorsprong van mijn voorraadtik is hiermee misschien toch nog opgelost….

N(euro)otje let wel op de E – nummers!

Een meneer genaamd professor Fred Brouns van de universiteit van Maastricht heeft het onzalige plan gelanceerd om te stoppen met het vermelden van de E-nummers op de voedselverpakkingen.  De reden? De meeste mensen lezen het toch niet…. Er zou onnodige onrust door veroorzaakt worden.

Nou vraag ik je…. Ik zelf lees altijd alle ingrediënten op alle verpakkingen. Al meer dan twintig jaar. Ik weet donders goed wat er staat, welk E-nummer echt slecht is, welk E-nummer een twijfelgeval is en welk E-nummer geen kwaad kan. Ten eerste wil ik geen troep in mijn lijf stoppen en daarbij ben ik allergisch voor onder andere smaakversterkers. Misschien dat meneer Brouns eens wil ervaren hoe het voelt om door verborgen E621 in twee dagen 8 kilo zwaarder te worden doordat je lijf vocht vast gaat houden, je niet meer kunt plassen, hartkloppingen krijgt, zware hoofdpijn, ademen moeilijk wordt, allemaal doordat zich overal vocht vastzet. En hoe je dan als verder gezonde vrouw aan de zware plaspillen moet om de boel weer kwijt te raken. Plaspillen die helemaal niet zo goed zijn voor je nieren….

Nee, ik wil weten wat ik koop want ik wil weten wat ik eet. Afblijven dus van die ingrediëntenlijstjes.  Of misschien nog meer erop zetten…? Zo zetten veel fabrikanten tegenwoordig op hun verpakkingen de kreet “zonder toegevoegde smaakversterkers”. Misleidend. Die smaakversterkers zitten er namelijk wel degelijk in, alleen verstopt als ingrediënt van een ingrediënt,  of onder een andere naam…

Nou koop ik die artikelen niet met dat soort kreten erop (meestal gaat het om kant en klare soep en zo, maar ik mag graag het ingredientenlijstje inspecteren als ik zo’n opvallende tekst op een etiket zie staan) en maak ik elk sausje en mengseltje wel zelf maar ook met enkele basisingrediënten die je daarvoor nodig hebt, blijft het opletten. Ketjap zelf maken is nogal wat, bijvoorbeeld, en er zijn ketjaps die ik niet kan hebben en er zijn ketjaps die ik wel kan hebben. Ik mag graag zeker weten dat ik de goede koop. Dus vind ik als oplettend consument dat gewoon alles, maar dan ook echt alles, vermeld behoort te worden.

Vorige Oudere items